De VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.)
DDe Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) is een centrumrechtse conservatief-liberale politieke partij in Nederland. De VVD bevordert individuele vrijheid, particulier ondernemerschap, economisch liberalisme en pragmatisch bestuur.
De VVD, opgericht in 1948 door de fusie van de Vrijheidspartij en het Comité voor Liberale Heropbouw, is uitgegroeid tot een invloedrijke kracht in de Nederlandse politiek. De partij pleit voor een marktgerichte economie, fiscale discipline en persoonlijke autonomie. Ze combineert klassiek-liberale principes – zoals vrij ondernemerschap en beperkte overheidsinterventie – met sociaal-progressieve standpunten en positioneert zich als een moderne liberale beweging binnen de Europese context.
De VVD heeft een sleutelrol gespeeld in de vorming van het Nederlandse beleid, met name op het gebied van belastingen,
ondernemerschap en Europese integratie. De partij heeft coalitieregeringen geleid en leiders voortgebracht zoals Mark Rutte,
die van 2006 tot 2023 partijleider was en van 2010 tot 2024 premier van Nederland. Onder Ruttes leiding loodste de VVD Nederland
door het economisch herstel na de wereldwijde financiële crisis, voerde structurele hervormingen door en navigeerde door
debatten over immigratie, klimaatverandering en internationale veiligheid. De partij handhaaft een pro-Europese positie,
terwijl ze tegelijkertijd de nationale belangen en een verantwoord begrotingsbeleid benadrukt.
Sinds 2023 is Dilan Yeşilgöz partijleider. De VVD blijft een belangrijke speler in de Nederlandse politiek en balanceert
haar liberale economische agenda met antwoorden op uitdagingen zoals duurzaamheid, woningtekorten en geopolitieke onzekerheid.
Geschiedenis - Oprichting. .
In 1947 begonnen de Vrijheidspartij onder leiding van Dirk Stikker en het Comité-Oud onder leiding van Pieter Oud onderhandelingen met het doel te fuseren. De conservatief-liberale Vrijheidspartij was een voortzetting van de Liberale Staatspartij, maar was teleurgesteld over de slechts zes zetels die ze bij de algemene verkiezingen van 1946 had behaald. Het Comité-Oud was een groep voormalige leden van de sociaal-liberale Vrijdenkende Democratische Liga (VDB), die ontevreden waren over het sociaal-democratische karakter van de Arbeiderspartij (PvdA), waarin de VDB was gefuseerd met de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij als onderdeel van de doorbraakbeweging. Als gevolg hiervan werd de partij op 24 januari 1948 opgericht.
- Kleine omvang overheid.
- Lage belastingen.
- Zelf alles regelen.
- Zelf overal verantwoordelijk voor.
- Geen AOW voor iedereen.
- Rust in je portomonee, als je maar betaald.
1948–1963: Oud.
Tussen 1948 en 1952 maakte de VVD deel uit van de brede kabinetten onder leiding van de PvdA-premier Willem Drees. De partij was een juniorpartner met slechts acht zetels ten opzichte van de Katholieke Volkspartij (KVP) en de PvdA, die beide ongeveer dertig zetels (van de 100) hadden. De kabinetten van Drees legden de basis voor de verzorgingsstaat en de dekolonisatie van Nederlands-Indië.
Bij de algemene verkiezingen van 1952 behaalde de VVD één zetel, maar trad niet toe tot de regering. Bij de algemene verkiezingen van 1956 steeg het aantal zetels tot dertien, maar de partij bleef buiten de regering tijdens de kabinetsvorming, tot de algemene verkiezingen van 1959, die vanwege een kabinetscrisis vervroegd werden gehouden. Deze keer behaalde de partij negentien zetels en trad toe tot de regering samen met de Protestantse Antirevolutionaire Partij (ARP), de Christelijk-Historische Unie (CHU) en de KVP.
1963–1971: Toxopeus en Geertsema
In 1963 trok Oud zich terug uit de politiek en werd hij opgevolgd door minister van Binnenlandse Zaken Edzo Toxopeus.
Onder leiding van Toxopeus verloor de VVD drie zetels bij de verkiezingen van 1963, maar bleef na de kabinetsvorming
van 1963 in de regering. In 1962 richtte een aanzienlijke groep gedesillusioneerde VVD-leden het Liberaal Democratisch
Centrum op, dat een meer twintigste-eeuwse liberale koers moest inslaan binnen de klassiek-liberale VVD.
In 1966, gefrustreerd door hun hopeloze pogingen, sloten linkse LDC-leden zich aan bij een nieuwe politieke partij,
de Democraten 66 (D66). In 1965 ontstond er ook een conflict tussen VVD-ministers en hun collega's van de KVP en ARP in
het kabinet-Marijnen. Het kabinet viel; Zonder dat er verkiezingen plaatsvonden, werd het kabinet vervangen door
een KVP-ARP-PvdA-kabinet onder Jo Cals, dat zelf viel tijdens de Schmelzernacht het jaar daarop. Bij de daaropvolgende
verkiezingen van 1967 bleef de VVD relatief stabiel en kwam in het kabinet-De Jong terecht.
Gedurende deze periode onderhield de VVD losse banden met andere liberale organisaties; samen vormden deze de neutrale pijler.
Hiertoe behoorden de liberale kranten Nieuwe Rotterdamsche Courant en Algemeen Handelsblad, de omroep AVRO en
werkgeversorganisatie VNO.
De verandering.
Na de verkiezingen in september 1989 trad de PvdA toe tot het derde kabinet-Lubbers. De maatregelen om de WAO aan te passen leidden in de zomer van 1991 tot een interne crisis. Het gevolg was een wisseling van voorzitter en verlies van zetels bij de verkiezingen van 1994. Maar de gevolgen voor het CDA waren nog groter en tot ieders verrassing werd de PvdA wel de grootste partij. Er volgde twee "paarse" kabinetten Kok-I en II van PvdA, VVD en D66. Dit was de eerste periode (sinds de invoering van het algemeen kiesrecht) dat er geen confessionele partijen in het kabinetten zaten. De sociaal-liberale koers zorgde voor progressieve wetten betreffende het homohuwelijk en euthanasie. De PvdA kreeg in die periode ook regelmatig het verwijt van teleurgestelde kiezers dat ze te veel naar het politieke midden opschoven. Maar tot eind 2001 leek er geen vuiltje aan de lucht en stond de PvdA er goed voor.
De kabinetten Kok-I en II was de eerste periode dat er geen confessionele partijen in het kabinetten zaten.
Interne strijd en teleurstellingen.
Ad Melkert de beoogde opvolger van Kok had geen antwoorden op de vragen en aanvallen van Pim Fortuyn voor de verkiezingen van mei 2002. In het verkiezings debat droop vol in beeld de frustratie van Ad Melkert af. Dit zorgde voor een enorme omslag in de stemming. De PvdA verloor dramatisch en het leidde uiteindelijk tot de een na grootste verkiezingsnederlaag in de historie van de PvdA: de partij haalde 23 zetels. De PvdA belande in de opositie en er kwam een nieuwe partij leider Wouter Bos. In 2003 waren er al weer nieuwe verkiezingen door het uit elkaar klappen van de LPF mat als gevolg de val van het kabinet Balkenende. Onder Bos maakte in 2003 de PvdA het verlies van 2002 grotendeels goed. De PvdA werd met 2 zetels minder achter het CDA de tweede partij maar de verhoudingen met het CDA waren nog steeds niet goed. Hierdoor belande de PvdA tot 2007 in de opositie. Ook de verkiezingen van eind 2006 leed de PvdA groot electoraal verlies. Ondanks het verlies vormde de PvdA een kabinet met CDA en ChristenUnie.
De gevolgen waren groot er volgde nl. een bestuurlijke crisis. Eerst stapte voorzitter Michiel van Hulten op even later gevolgd door het voltallige bestuur. Voormalig partijvoorzitter Ruud Koole trad aan als interim voorzitter. September 2007 werd Lilianne Ploumen als nieuwe voorzitter gekozen. In februari 2007 werd Ella Vogelaar uit haar functie van Minister van Wonen, Wijken en Integratie ontheven nadat de PvdA-top het vertrouwen in haar had opgezegd. In 2009 werden door het ontbreken van een duidelijke boodschap en een goede strategie in de verkiezingen voor het Europees Parlement 4 van de 7 zetels verloren. Ook het harde rapport van Sharon Dijksma zorgde niet voor rust. Wouter Bos schoof Job Cohen naar voren voor de verkiezingen van 2010. In de peilingen steeg de PvdA van 20 naar 34 zetels. Maar in de debatten voor de verkiezingen bleek dat Cohen zwak was op economisch gebied en de PvdA behaalde slechts 30 zetels. De VVD met 31 zetels de grootste partij had veel moeite met formeren. Uiteindelijk na werd er een minderheids kabinet van VVD met CDA gevormd met gedoogsteun van de PVV.
De verloochening en neergang.
Inmiddels was Diederik Samsom, Job Cohen opgevolgd. Samson kon snel aan de bak omdat de PVV de gedoogsteun in trok en weg liep. Met een duidelijk programma won de PvdA 8 zetels maar werd met 3 zetel verschil 2e achter de VVD. Samen met de VVD een meerderheid was dit een meerderheid in de Tweerde kamer. Gezien de economische crisis en het zeer snel oplopende begrotings tekort was snel handelen gewenst. Het was de eerste formatie waarbij de Koningin geen rol meer speelden. De Tweede Kamer was nu zelf de hoofdrol speler. 20 september een debat en op 21 september 2012 ontvingen de informateurs Kamp en Bos hun opdracht van waarnemend de opdracht voor de informatie.
Bij de algemene verkiezingen van 1952 behaalde de VVD één zetel, maar trad niet toe tot de regering. Bij de algemene verkiezingen van 1956 steeg het aantal zetels tot dertien, maar de partij bleef buiten de regering tijdens de kabinetsvorming,[9] tot de algemene verkiezingen van 1959, die vanwege een kabinetscrisis vervroegd werden gehouden. Deze keer behaalde de partij negentien zetels en trad toe tot de regering samen met de Protestantse Antirevolutionaire Partij (ARP), de Christelijk-Historische Unie (CHU) en de KVP.
Op 21 september 2012 starte de onderhandelingen onder leiding van informateurs Henk Kamp (VVD) en Wouter Bos (PvdA). Onder leiding van Kamp en Bos onderhandelden Mark Rutte en Diederik Samsom met hun secondanten Stef Blok (VVD) en Jeroen Dijsselboem (PvdA) over een regeerakkoord. Het werd één van de snelste kabinetsformaties met een duur van 47 dagen. Een van de belangrijkste zaken was de uitruil van het inkomensafhankelijk maken van de zorgpremie (VVD wens), en het stelselmatig verlagen van de hypotheekrenteaftrek (PvdA wens). Ook een antal ander sociaaldemocratische principes werden uitgeruild. De huren gingen omhoog (inkomensafhankelijk). De basisbeurs werd afgeschaft en vervangen door een leenstelsel. Er werd 1 miljard bezuinigd op Ontwikkelingssamenwerking. De Hedwigepolder zou onder water gezet worden. Een snelle verhoging van de AOW-leeftijd, waarbij de voorschotregeling wordt vervangen door een overbruggingsregeling. In de verkiezingscampagne een aantal belangrijke punten waar de PvdA zich hard voor zou maken om te beschermen. Het breken van de vele beloften en het verloochenen van de sociaaldemocratische principes zorgde voor de grootste nederlaag van een partij in de parlementaire geschiedenis van Nederland in 2016. De PvdA verloor 29 van de 38 zetels.
De feiten (de daadwerkelijke begrotingen )laten zien dat de PvdA 25% zuiniger is dan VVD in afgelopen 45 jaar.
De voorzichtige terugkeer naar de sociaaldemocratische beginselen.
Tot december 2016 hanteerde Samson en de Tweede Kamer fractie het standpunt om onder geen enkele motie van de PVV een handtekening te zetten. Marith Volp dreigde uit de PvdA-fractie te stappen als haar partij het indienen van een aangepaste PVV-motie over de ouderenzorg niet mede zou ondertekenen. De PvdA zou daarmee de enige Tweede Kamer-fractie zijn die de motie niet zou ondersteunen. Uiteindelijk werd de motie unaniem aangenomen wat een unicum was in de Tweede Kamer. In december 2016 vond er een ledenreferendum plaats over de lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen 2017. Lodewijk Asscher won deze strijd van Diederik Samsom. Die daarna aftrad als fractie voorzitter in de Tweede Kamer en als leider van de PvdA. Door het verraad aan de sociaaldemocratie van Samson en de steun van de PvdA aan de afbraak van de sociale werkplaatsen, de jeugdzorg, de hoogte van de ziektekosten premie en het eigenrisico hiervan de ziekte kosten, het verhogen van de AOW leeftijd, het verhogen van de huren en de afschaffing van de basisbeurs en die te vervangen door een leenstelsel zorgde voor het grootste verlies ooit van een partij in de geschiedenis van de Nederlandse parlementaire geschiedenis. De Nederlandse economie was gered maar de sociaaldemocratie was volkomen terecht op sterven na dood.
Lodewijk Asscher de voorzitter van de Kamerfractie en als nieuwe partijleider begon heel voorzichtig de
sociaaldemocratische beginselen weer te omarmen. Het probleem was echter dat hij als vice-premier en
minister van sociale zaken meede verantwoordelijk was voor het gevoerde beleid. En zoals het spreek woord
zegt vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard. Het krediet en het vertrouwen in de PvdA was zodanig
geschaadt dat ondanks de oorspronkelijke achterban heel grote achterban er zo weinig over gebleven dat tot
op heden de PvdA alleen een rol in de marge kan spelen. Ondanks de vele schandale met o.a. de zorg toeslag,
de zwart gelakte documenten volgens de Rutte doctrine en de miskleun op miskleun van het kabinet
Rutte III (VVD, CDA, D66 en CU) met het bestrijden van de Corona pandimie, de PvdA met de verkiezingen in 2021
wederom op 9 zetels bleef steken. Het opstappen van Lodewijk Asscher vlak voor de verkiezingen (als nog
voor zijn rol in Rutte II) zal er ook niet aan hebben bij gedragen. De late leiderschapswissel van
Lilianne Ploumen zal zeker ook niet hebben bij gedragen aan het resultaat.
Weer de weg kwijt.
Op 12 april 2022 maakte Ploumen bekend dat ze met onmiddellijke ingang terugtrad als fractievoorzitter en politiek leider, omdat ze naar eigen zeggen van mening was dat het leiderschap van de partij niet goed bij haar paste. Kuiken nam het fractievoorzitterschap over. Tijdens het leiderschap van Ploemen kwam Gijs van Dijk in het nieuws over grensoverschrijdend gedrag. Het leek er op dat Ploemen zeer voortvarend handelden en Gijs van Dijk verliet beschadigd de fractie van de PvdA. Een zeer onzorgvuldig onderzoek volgde, waar experts de vloer mee aanveegden. Kuiken en de partijvoorzitter Esther-Mirjam Sent moesten het boete kleed aantrekken. Tegelijk verviel de PvdA is een oude fout door in de eerste kamer mee te stemmen met VVD, CDA, D66 en CU over het CETA-verdrag met Canada. Ook hier laten ze GL, de vakbeweging en de arbeiders weer in de steek. Het lijkt er dus op dat de PvdA de sociaaldemocratische kernwaarden vergeet zodra er geld en macht in het geding is.
De kwestie Arib.
Op 3 oktober 2022 komt NRC met een artikel over Arib waar staat: 'De boodschap: er zijn serieuze signalen van een sociaal onveilige werkomgeving in de periode 2018-2021.' Het hele presidium steunt D66 voorzitter Bergkamp om een onderzoek in te stellen naar het gedrag van Arib, ook Henk Nijboer. Het feit dat Arib dit via de pers moet vernemen leidt tot grote commotie. Arib voelt zich niet gesteund door de PvdA en verlaat de Teweede Kamer. De man zonder ruggengraat die zijn steun aan het onderzoek niet kan verdedigen stapt uit het presidium. De opositie in de Tweede Kamer vroeg het onderzoek te stoppen. Bergkamp zet het verder beschadigen van de vorige kamer voorzitter door.
Partijleiders van de PvdA.
PvdA minister-president.
Where can I get some?
Nerio News Magazine brings you trusted timely and thought-provoking stories from around the globe. From breaking headlines to in-depth analysis we deliver news that informs inspires and empowers our readers With a commitment to accuracy, integrity, and fresh perspectives, Nerio more than just a magazine it’s your reliable window into politics business technology
